Spring naar inhoud

FINANCIELE RESULTATEN

Algemeen

De primaire taak van N.V. Waterbedrijf Groningen is het verzorgen van de drinkwatervoorziening in de provincie Groningen. Daarnaast worden door N.V. Waterbedrijf Groningen activiteiten verricht op het vlak van industriewaterlevering en afvalwaterzuivering, warmte en koude levering en waterkwaliteitscontrole en advisering. Genoemde activiteiten anders dan de primaire drinkwatervoorzieningen vinden plaats in verschillende samenwerkingsverbanden.

Vanuit risicobeheersing en bedrijfsvoering hechten wij veel belang aan een transparante scheiding van activiteiten. Dit betekent dat de activiteiten die binnen de verschillende samenwerkingsvormen plaatsvinden, zijn ondergebracht in afzonderlijke juridische entiteiten (zie onderstaand schema). De bedrijfsmiddelen (assets) ten behoeve van deze activiteiten zijn ondergebracht in de verschillende entiteiten.

Door N.V. Waterbedrijf Groningen worden diensten verricht ten behoeve van de verschillende entiteiten. Deze dienstverlening is vastgelegd in onderlinge overeenkomsten, waarin ook afspraken zijn gemaakt over de tarieven waartegen onderling wordt afgerekend.

Juridische structuur

Naar de stand van 31 december is de juridische structuur als volgt:

Resultaat 2022

Het resultaat is als volgt te specificeren (bedragen x € miljoen).

  2019 2020 2021 2022
Opbrengsten 58,4 58,8 60,0 64,4
Bedrijfskosten 53,3 54,0 55,7 62,7
Bedrijfsresultaat 5,1 4,8 4,3 1,7
Financieel resultaat -2,2 -2,0 -2,0 -2,0
Resultaat deelnemingen -0,7 -0,8 0,8 -0,9
Winstbelasting -0,1 -0,2 0,1 -0,0
         
Resultaat 2,1 1,8 3,2 -1,2

Het geconsolideerde bedrijfsresultaat over 2022 komt uit op € 1,7 miljoen (2021: € 4,3 miljoen). Het resultaat na belasting - exclusief resultaat uit deelnemingen -  over 2021 is negatief € 0,3 miljoen (2021: € 2,4 miljoen). Het resultaat uit deelnemingen bedraagt negatief € 0,9 miljoen, tegenover een positief resultaat in 2021 van € 0,8 miljoen. Het geconsolideerde resultaat over 2022 betrof een verlies van € 1,2 miljoen en is fors lager ten opzichte van 2021 (€ 3,2 miljoen). In belangrijke mate heeft de energiecrisis een negatief effect gehad op onder meer de hoogte van de energielasten die niet in de tariefstelling voor klanten in 2022 was ingecalculeerd. 

Het negatieve resultaat deelnemingen is met name veroorzaakt door het verlies bij deelneming WarmteStad B.V. van € 1,4 miljoen. Dit verlies is deels veroorzaakt door vertraging in de oplevering van de warmtecentrale, vertraging in realisatie van nieuwe aansluitingen en effecten van de energiecrisis qua energiekosten in combinatie met zuiniger energieverbruik bij klanten van WarmteStad resulterend in lagere opbrengsten. Ook het resultaat van deelnemingen North Water en WLN stonden onder druk vanwege met name de gevolgen van de energiecrisis. 

Bedrijfsopbrengsten

De totale bedrijfsopbrengsten in 2022 bedragen € 64,4 miljoen en zijn daarmee € 4,4 miljoen hoger dan het boekjaar 2021. De totale netto omzet drinkwaterlevering over 2022 bedraagt € 52,7 miljoen (2021: € 49,4 miljoen) en is als volgt te specificeren (in € miljoen):

  2022 2021
Bemeterd kleinverbruik  34,8   32,9 
Onbemeterd kleinverbruik  0,9   0,8 
Capaciteits-/grootverbruik  16,5   15,2 
Overige (zusterbedrijven)  0,5   0,5 
     
Totaal  52,7   49,4 

De toename van de netto omzet drinkwater wordt hoofdzakelijk verklaard door een hogere drinkwaterprijs van 7,5% bij kleinverbruik. Bij het kleinverbruik was een daling in afzet zichtbaar van circa 2,8% ten opzichte van 2021. Bij het capaciteitsverbruik zagen we daarentegen een licht hogere afzet. 

De opbrengsten zoals vergoedingen voor verrichte werkzaamheden voor derden, in rekening gebrachte kosten voor incasso en bijvoorbeeld vastrecht voor brandkranen naast de opbrengsten uit drinkwaterverkopen bedragen in 2022 € 11,3 miljoen (2021 € 10,2 miljoen). Een toename die voor een belangrijk deel is te verklaren door een ontvangen vergoeding van de Nationaal Coördinator Groningen ter compensatie van gemaakte aardbeving gerelateerde aanpassingskosten vanwege de versterkingsoperatie.

Bedrijfslasten

De bedrijfslasten over 2022 komen uit op € 62,7 miljoen en zijn daarmee ten opzichte van 2021 met € 7 miljoen gestegen.

Met name de kosten voor energie en chemicaliën zijn aanzienlijk hoger in vergelijking met vorig jaar, dit heeft een negatief effect van € 3,6 ten opzichte van het kostenniveau in 2021. 

Tevens zijn de kosten voor uitbesteed werk in 2022 met € 1,8 miljoen gestegen. Dit betrof met name hogere onderhoudskosten ad € 1,0 miljoen door meer projecten en stijging in tarieven voor onderhoud en reconstructies aan leidingwerk. Daarnaast waren er hogere kosten voor ICT ondersteuning ad € 0,7 miljoen veroorzaakt door groei in ondersteuning van uitrol en beheer van applicaties, verhoogde inzet op digitalisering, maar ook hogere kosten door stijgende tarieven voor zowel licenties en duurdere inhuur van ICT-consultancy door krapte in deze sector. Verder zijn de laboratoriumkosten gestegen door een groter contract voor jaaronderzoek en meer onderzoeksprojecten ad € 0,3 miljoen. Daarentegen was de inhuur van derden € 0,3 miljoen lager, onder meer doordat bij het ingenieursbureau meer vaste krachten geworven zijn en daardoor de uitgaven aan inhuur iets lager liggen.  

In 2022 zijn de salariskosten gestegen met 6,7%. Dit wordt onder meer verklaard door een CAO verhoging van 1,5% en een eenmalige uitkering met een effect van circa 2%. Tevens is het gemiddeld aantal FTE met iets minder dan 3% gestegen ten opzichte van vorig jaar. 

De afschrijvingskosten zijn met € 1,1 miljoen gestegen ten opzichte van 2021 Dit is het gevolg van het verhoogde investeringsniveau in 2021 en 2022 en de daadwerkelijke ingebruikname van gerealiseerde investeringen.

De overige posten binnen de bedrijfskosten zijn in 2022 € 0,5 miljoen lager in vergelijking met 2021. In 2022 werd er meer doorbelast (€ 0,1 miljoen) vanwege inzet in gezamenlijke projecten met WMD en WLN. Verder waren dit jaar de dotaties aan voorzieningen voor debiteuren en verlofdagen € 0,5 miljoen lager in vergelijking met 2021. De kosten voor facilitaire dienstverlening en vervoer en wagenparkbeheer stegen daarentegen met € 0,3 miljoen. De uitgaven voor advies van derden en de accountantskosten waren € 0,2 miljoen lager. De hoogte van de advieskosten is mede afhankelijk van eenmalige projecten - denk bijvoorbeeld aan specifieke onderzoekskosten op het gebied van waterwinning of distributie - en zijn daardoor aan fluctuaties onderhevig.

Regulering rendement uit drinkwateractiviteiten

Op basis van de Drinkwaterwet zijn wij gehouden aan een maximale vermogensvergoeding over het eigen en vreemd vermogen – de zogenaamde WACC – voor drinkwateractiviteiten. Het wettelijk kader bepaalt hiermee de maximale opslag voor vermogenskosten (rente en winst) die drinkwaterbedrijven mogen hanteren bij de vaststelling van de drinkwatertarieven. Voor 2022 bedraagt de WACC norm 2,95%. Overschrijding van de WACC geeft de verplichting om de zogenaamde ‘overwinsten’ aan de drinkwaterklanten terug te geven. Sinds de invoering van de WACC heeft Waterbedrijf Groningen altijd gehandeld binnen het maximum van de wettelijk vastgestelde WACC.

De definitief gerealiseerde WACC over 2022 wordt vastgesteld middels het Bedrijfsverslag dat voor 1 oktober 2023 aan de Minister van Infrastructuur en Milieu wordt gerapporteerd. Voor 2022 zal de WACC voldoen aan het wettelijk maximum.

Drinkwatertarieven

Tarieven 2022

In 2022 is de tariefstructuur op hoofdlijnen niet gewijzigd. Voor de levering van het drinkwater betaalt de klant een vastrecht waarvan de hoogte is gebaseerd op de leveringscapaciteit en voor het drinkwaterverbruik een uniform variabel tarief per afgenomen m3 .

Grondslag voor de tariefbepaling wordt gevormd door de wettelijke vereisten volgens de Drinkwaterwet inclusief onderliggende besluiten en regelingen en het door de aandeelhouders vastgestelde ‘Tarief- en margebeleid’. Voor 2022 heeft dit geresulteerd in een integraal drinkwatertarief voor huishouden bij een jaarverbruik van 100 m3 van € 1,28 per m3 exclusief belastingen (2021: € 1,19 per m3).

Toezicht drinkwatertarieven

De drinkwatertarieven moeten op transparante wijze tot stand komen, non-discriminatoir zijn en de relevante kosten voor drinkwatertaken dekken. Dit alles volgens de wettelijke kaders opgenomen in de Drinkwaterwet en onderliggende besluiten en regelingen. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is belast met het toezicht op de naleving van het wettelijk kader en laat zich hierbij adviseren door de Autoriteit Consument en markt (ACM).

 Naar aanleiding van haar controle heeft de ILT geconcludeerd dat Waterbedrijf Groningen op alle getoetste aspecten heeft voldaan aan de wettelijke vereisten, waarbij opgemerkt dat een andere definitie van ‘ander water’ wordt gehanteerd dan in het Toetsingskader 2022 is vastgelegd. Dit hangende de lopende gesprekken hierover tussen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de ILT en Vewin.

Belastingen

Met ingang van 1 januari 2016 is de wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen van kracht geworden, als gevolg dat behaalde resultaten in beginsel Vpb-plichtig zijn geworden. Vrijstelling kan worden verkregen voor resultaten gerelateerd aan de uitoefening van een wettelijke taak, zoals de drinkwatervoorziening.

Waterbedrijf Groningen was sindsdien in overleg met de Belastingdienst over onder andere de scheiding tussen drinkwater- en niet-drinkwateractiviteiten, de fiscale openingsbalans en de te hanteren winstopslagen op interne leveringen aan niet-drinkwateractiviteiten. Om een getrouwe weergave van de Vpb-positie in de jaarrekening te borgen, was extern fiscaal juridisch advies ingewonnen. Inmiddels heeft de Belastingdienst over de jaren 2016 tot en met 2018 definitieve aanslagen opgelegd. Zowel Waterbedrijf Groningen Duurzaam B.V. alsook SamenWater B.V. zijn beide onderdeel van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.

Over 2022 bedraagt de belastinglast € 0,02 miljoen, ten opzichte van een belastingbate in 2021 van € 0,05 miljoen. 

Zogenaamde actieve belastinglatenties worden slechts gewaardeerd voor zover de realisatie daarvan waarschijnlijk is. Ultimo 2022 bedraagt de actieve belastinglatentie € 0,18 miljoen en de passieve latentie bedraagt € 0,04 miljoen.

Investeringen

De investeringsuitgaven in materiële vaste activa in 2022 bedragen € 21,6 miljoen tegenover € 22,7 miljoen in 2021. De investeringsuitgaven in 2022 liggen onder het gemiddelde niveau over de periode 2017 – 2021. De gemiddelde investeringsuitgaven in deze periode bedroegen € 25,6 miljoen. Met name in 2020 lag het investeringsniveau aanzienlijk hoger vanwege de aanleg van de transportleiding richting de Eemshaven, gecorrigeerd voor dat effect lag het investeringsniveau voor 2022 licht onder het gemiddelde. 

De investeringsuitgaven in materiële vaste activa in 2022 zijn als volgt te specificeren (in € miljoen):

Investeringen

Aanleg en reconstructie hoofdleidingen 9,9
Aankoop grond wingebied 0,4
Vernieuwing productielocatie De Groeve 1,5
Aanleg nieuwe aansluitingen 1,5
Vernieuwing distributiepompstations 2,7
Vernieuwing productielocatie Sellingen 1,3
Investeringen productielocatie Nietap 1,4
Investeringen productielocatie Onnen en De Punt 1,0
Watermeters 0,7
Verbouwing hoofdkantoor 0,3
Aanschaf auto's 0,4
Overig 0,6
Totaal 21,7

Versie: v8.1.24

Software voor digital-first corporate reporting

Creëer op efficiënte wijze publicaties die impact maken

Met iwink.report maak je publicaties op een eenvoudige en efficiënte manier. Je bespaart tijd, fouten en stress. Vanuit één plek publiceer je naar een volwaardige webversie, PDF en iXBRL-bestand. Zo geef je lezers de best mogelijke ervaring.

Meer over iwink.report