Spring naar inhoud

3.6 Duurzaam handelen

Waterbedrijf Groningen heeft in 2025 verdere stappen gezet om haar impact op klimaatverandering te beperken en zich voor te bereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Het jaar stond in het teken van uitvoering van het klimaatactieplan, vaststelling van onze duurzaamheidsstrategie en een verdere professionalisering van onze duurzaamheidsrapportage. Hoewel de CSRD-verplichting voor ons is komen te vervallen, kiezen wij bewust voor transparantie en werken wij toe naar een duurzaamheidsrapportage in de geest van CSRD.

Voortgang klimaatmitigatie

In 2025 hebben we concrete stappen gezet om onze CO₂-uitstoot te reduceren. De voorbereidingen voor de installatie van methaanafvang op onze locatie Sellingen zijn in volle gang. Daarnaast zetten we de elektrificatie van het wagenpark voort en maken we gebruik van HVO100 waar elektrificatie nog niet mogelijk is. Alle elektriciteit die we inkopen is ‘groen’ via Garanties van Oorsprong. Deze maatregelen dragen bij aan het behalen van onze reductiedoelstelling van 42% in scope 1 en 2 in 2030 ten opzichte van 2023. Echter, gezien de keuzes in ons meerjareninvesteringsprogramma, lijkt het lastig om deze doelen tijdig te halen. Mogelijk dat sommige maatregelen pas in de periode na 2030 geïmplementeerd kunnen worden.

De belangrijkste maatregelen van Waterbedrijf Groningen op het gebied van klimaatmitigatie zijn, zoals afgesproken in het klimaatactieplan 2025 – 2030: 


  • Voor 2030 methaanafvang toepassen bij onze productielocaties in Sellingen, Nietap en De Groeve.

  • Alle panden aardgasvrij vóór 2030.

  • Vanaf 2024 en verder HVO100 gebruiken in monteursbussen en aggregaten in plaats van diesel.

CO₂-voetafdruk

Onze CO₂-voetafdruk wordt berekend volgens het Greenhouse Gas Protocol en de Praktijkcode 11 van KWR. Bij het berekenen van de voetafdruk maken we onderscheid tussen drie categorieën: 

Scope 1: uitstoot van broeikasgasemissies die binnen je eigen bedrijf plaatsvinden, bijvoorbeeld procesemissies of het verbranden van brandstoffen.  

Scope 2: uitstoot die voortkomt uit het produceren van de elektriciteit die je gebruikt binnen je bedrijf.  

Scope 3: uitstoot van broeikasgasemissies die plaatsvindt buiten het bedrijf zelf, maar wel om de activiteiten van je bedrijf mogelijk te maken. Bijvoorbeeld werknemers die naar hun werk komen, afval dat wordt afgevoerd, bouwactiviteiten die je laat uitvoeren of investeringen die je hebt gedaan in andere bedrijven.  

Onze totale uitgerekende CO₂-voetafdruk van 2025 bedraagt ruim 47.000 ton CO₂. In ons jaarverslag over 2024 rapporteerden we een CO₂-uitstoot van circa 43.000 ton CO₂, maar dit hebben we met terugwerkende kracht gecorrigeerd naar circa 41.000 ton CO₂. In onderstaande tabel worden de grootste wijzigingen in de herziene CO₂-voetafdrukberekening van 2024 toegelicht.

 43.000  CO2-voetafdruk 2024, zoals gerapporteerd in het jaarverslag 2024
 -600  Scope 1: Directe procesemissies methaan
De emissiefactor van methaan is in lijn gebracht met CSRD.
 3.000  Scope 3, categorie 1 - Inkoop & ICT
Voor engrosleveringen is de CO2-intensiteit per m3 gebaseerd op zowel scope 1, 2 als 3 in plaats van alleen de procesemissies uit scope 1.
 300  Scope 3, categorie 1 - Inkoop & ICT
Gewijzigde emissiefactoren, met name van chemicaliën.
 200  Scope 3, categorie 2 - Kapitaalgoederen
Met terugwerkende kracht de in het jaar aangeschafte personenauto's meegenomen.
 -1.900  Scope 3, categorie 2 - Kapitaalgoederen
Neerwaartse bijstelling van de emissiefactor voor groot onderhoud.
 1.400  Scope 3, categorie 13 - Downstream geleasde activa
In lijn met de geactualiseerde Praktijkcode 11 is deze categorie nieuw toegevoegd, waarbij de CO2-voetafdruk wordt gekwantificeerd van de activiteiten die plaatsvinden op verpachte gronden.
 -4.400  Scope 3, categorie 15 - Deelnemingen
In 2025 zijn de aandelen van WarmteStad B.V. verkocht. De CO2-voetafdruk van WarmteStad B.V. is voor vergelijkingsdoeleinden met terugwerkende kracht uit categorie 15 van scope 3 gehaald.
 -2.000  Totale correcties met terugwerkende kracht
 41.000  CO2-voetafdruk 2024 gecorrigeerd (voortschrijdend inzicht)

De wijzigingen in de methodiek zorgen ervoor dat onze voetafdrukberekening nauwkeuriger is geworden en dat we nog meer zicht hebben op waar de uitstoot plaatsvindt. Toch weten we dat onze CO₂-voetafdruk op onderdelen nog niet helemaal volledig is, dat sommige getallen nog bij benadering zijn en dat we in een aantal gevallen, door gebrek aan recente data, de gegevens van het jaar ervoor hebben gebruikt. Het blijven verbeteren van onze CO₂-voetafdrukberekening vinden we belangrijk en daar dragen we actief aan bij. Mede door inhoudelijke bijdragen van deskundigen van drinkwaterbedrijven wordt de Praktijkcode 11 van KWR periodiek geactualiseerd.  

De CO₂-voetafdruk van 2025 ligt met een totale omvang van ruim 47.000 ton CO₂ bijna 15% hoger dan de CO₂-voetafdruk van 2024 (41.000 ton CO₂). Als we echter alleen naar scope 1 kijken, dan is onze CO₂-uitstoot in 2025 circa 400 ton CO₂ lager dan in 2024. Van 6.632 ton CO2eq in 2024 naar 6.227 ton CO2eq in 2025. Deze verlaging in CO₂-uitstoot wordt enerzijds veroorzaakt door een lagere concentratie van methaan in het water dat we hebben gewonnen en anderzijds door een lager gas- en dieselverbruik. Zoals bij ‘Voortgang Klimaatmitigatie’ toegelicht, treffen we de komende jaren diverse maatregelen om onze CO₂-voetafdruk van scope 1 verder te verlagen.

Net als voorgaande jaren compenseren we jaarlijks onze uitstoot van scope 1 en 2 via gecertificeerde CO2 reductie projecten. Voor 2025 is 6.500 ton CO₂-compensatie ingekocht. De ingekochte certificaten voldoen aan internationale standaarden (Gold Standard).

De toename in de CO₂-uitstoot in 2025 ten opzichte van 2024 wordt met name verklaard door scope 3.2 Kapitaalgoederen. In 2025 zijn omvangrijke distributieprojecten  gerealiseerd, waarvoor leidingmateriaal met een relatief grote diameter en wanddikte is gebruikt. Hierdoor ligt het aantal kilogrammen aan toegepast leidingmateriaal fors hoger dan voorgaande jaren. Het effect hiervan betreft een stijging van bijna 7.000 ton CO₂ ten opzichte van 2024.

Klimaatadaptatie en risico’s

Klimaatverandering beïnvloedt direct onze bedrijfsvoering. Denk aan toenemende droogte, piekbuien en hogere temperaturen die impact hebben op de drinkwatervraag en waterkwaliteit en -kwantiteit. In 2025 zijn we gestart met het opstellen van klimaatadaptatieplannen voor al onze productielocaties, in 2026 ronden we deze plannen naar verwachting af. De plannen geven inzicht in kwetsbaarheden en toekomstige maatregelen, zoals robuustere waterputten, noodscenario’s voor extreme droogte en aanpassingen in werkprotocollen. Onderstaande tabel geeft de belangrijkste klimaatrisico’s en kansen weer voor Waterbedrijf Groningen.

Mogelijke impact  2030  2035  2050 
       
Transitierisico’s       
       
Beleid en bestuur       
Toenemende regelgeving en rapportageplicht voor Waterbedrijf Groningen omtrent energie en klimaat.
Organisaties (en huishoudens) gaan bewuster om met water en milieu door toenemende inzichten n.a.v. rapportageplichten.
Juridische risico’s en kosten voor drinkwaterbedrijven bij droogte, door meer gebruik van droogteschaderegelingen.
       
Technologie      
Nieuwe energiesystemen kunnen de ondergrond verstoren of zorgen voor nieuwe vormen van bodem- en waterverontreiniging.
Opkomst van nieuwe waterbronnen en zuiveringstechnieken biedt kansen voor Waterbedrijf Groningen.
       
Markt      
Veranderende watervraag door extreme hitte en droogte.
       
Reputatie      
Aandeelhouders en klanten hebben verwachtingen van de duurzaamheidsinspanning van Waterbedrijf Groningen en het halen van gestelde doelen.
Vergunningen en convenanten zullen bij toenemende droogte nauwer kijken naar hoeveelheid wateronttrekkingen.
       
Fysieke risico’s      
       
Droogte      
De drinkwatervraag neemt toe terwijl de drinkwaterbron Drentsche Aa mogelijk minder water kan leveren.
Concentratie van vervuilingen in oppervlaktewater neemt toe, minder weerbaar tegen incidenten.
       
Warmer      
De drinkwatervraag neemt toe en heeft grote pieken tijdens hittegolven, mogelijk moet de zuiveringscapaciteit hierop aangepast worden.
Opwarming in distributieleidingen kan leiden tot het overschrijden van de kwaliteitseis van 25 graden Celcius wat microbiologische risico’s tot gevolg kan hebben.
Assets kunnen opwarmen, met name computer/controleruimtes, en daardoor minder goed functioneren of zelfs uitvallen.
Natuurbranden vormen een risico voor sommige productielocaties, soms ook indirect door vervuild grond- of oppervlaktewater.
       
Natter      
Piekbuien nemen toe, hierdoor kunnen oppervlaktewateren overstromen en wordt infrastructuur onbereikbaar en onbruikbaar. Zeespiegelstijging kan dit verergeren.
Door piekbuien vindt er meer afspoeling van bestrijdingsmiddelen naar oppervlaktewater plaats.
Over het jaar heen valt niet veel meer regen, maar gemiddeld wel meer in de winter. Het realiseren van infiltratiegebieden biedt kansen voor drinkwaterproductie.
  • = kans
  • = mogelijk risico
  • = risico