Spring naar inhoud

Toelichting op de geconsolideerde winst-en-verliesrekening over 2025

12. Netto-omzet

De netto-omzet kan als volgt worden gespecificeerd:

  2025 2024
  x € 1.000 x € 1.000
     
Kleinverbruikers 55.316  47.129 
Grootverbruikers 24.501  20.432 
Zusterbedrijven 735  679 
Tijdelijke leveringen 77  50 
Warmtelevering 453  555 
Koudelevering 35  39 
Vergoeding verrichte werkzaamheden voor derden 8.497  8.679 
In rekening gebrachte kosten voor incasso, enz. 559  861 
Vastrecht brandkranen 962  918 
Huren en pachten 635  625 
Verkoop materiaal 385  362 
  92.155  80.329 

13. Overige bedrijfsopbrengsten

  2025 2024
  x € 1.000 x € 1.000
     
Vergoeding verrichte werkzaamheden voor derden 43 
Overige opbrengsten 173  13 
  180  56 

14. Kosten van uitbesteed werk

  2025 2024
  x € 1.000 x € 1.000
     
Onderhoud 8.889  8.005 
Laboratorium 4.307  4.126 
ICT 5.402  4.750 
Inning, marketing en communicatoe 636  903 
Onderzoek 586  697 
Inhuur van derden 10.432  10.287 
  30.252  28.768 

15. Personeelskosten

Salarissen en sociale lasten

  2025 2024
  x € 1.000 x € 1.000
     
Salarissen (inclusief vakantie- en eindejaarsuitkering) 18.657  16.737 
Sociale lasten 2.534  2.232 
Premie pensioenfonds 2.395  2.230 
Overige personeelskosten 1.832  1.298 
Waarvan geactiveerd onder materiële vaste activa (5.370) (5.097)
  20.048  17.400 

Personeelsleden

Het aantal personeelsleden (ultimo boekjaar) kan als volgt worden gespecificeerd:

  2025 2024
  Aantal FTE Aantal FTE
Directie & Staf 30  26,3  28  25,7 
Finance & Control 31  26,7  29  27,1 
Klant & Markt 43  34,7  47  40,6 
Ingenieursbureau 58  53,8  45  40,4 
Watervoorziening 104  102,1  100  91,9 
Services en Informatievoorziening 20  15,8  16  13,5 
Totaal 286  259,4  250  239,2 

De vergelijkende cijfers in 2024 voor FTE gemiddeld zijn bijgesteld van 246,2 naar 239,2 door een herijking van de berekeningsmethodiek.

In 2025 zijn er, net als in 2024, geen werknemers permanent in het buitenland werkzaam.

Pensioenen

De pensioenregeling van N.V. Waterbedrijf Groningen en haar groepsmaatschappijen is ondergebracht bij Stichting Pensioenfonds ABP. Het betreft een collectieve regeling waarbij meerdere werkgevers zijn aangesloten en is in wezen een toegezegde pensioenregeling, waarbij de pensioenuitkering gebaseerd is op de lengte van het dienstverband en het gemiddeld salaris van de werknemer gedurende dit dienstverband.
Per deelnemende onderneming is geen informatie beschikbaar inzake het saldo van de met de regeling samenhangende activa en passiva. Daarom wordt de regeling behandeld als toegezegde- bijdragenregeling en worden de verschuldigde pensioenpremies over het boekjaar als pensioenlasten in het resultaat verantwoord.
De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • Het betreft een middelloonregeling;
  • Het bestuur van het pensioenfonds stelt jaarlijks de premie vast op basis van de dekkingsgraad en het verwachte rendement.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  • Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en directie van N.V. Waterbedrijf Groningen en haar groepsmaatschappijen;
  • N.V. Waterbedrijf Groningen en haar groepsmaatschappijen zijn verplicht tot betaling van de vastgestelde premies en kunnen, op basis van ontwikkelingen van de dekkingsgraad, verplicht worden gesteld tot bijstorting.

De dekkingsgraad van het bedrijfstakpensioenfonds bedraagt per 31 december 2025 123,5%. ABP wil per 1 januari 2027 overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel. Per 1 juli 2024 is ABP overgestapt op het transitie-FTK (‘Financieel Toetsingskader’) . Als onderdeel hiervan zal ABP tot de beoogde transitie jaarlijks een overbruggingsplan indienen bij DNB. ABP hoeft zolang geen herstelplan meer in te dienen, als de financiële positie daar aanleiding toe zou geven. Jaarlijks moet het ABP een haalbaarheidstoets uitvoeren. De haalbaarheidstoets geeft inzicht in de samenhang tussen de financiële opzet, het verwachte pensioenresultaat en de risico’s die daarbij gelden. Voor de verhoging van de pensioenen hoefde ABP geen gebruik te maken van de vrijstellingsregeling voor pensioenfondsen. De financiële situatie van ABP liet het, binnen de regels die gelden in het huidige pensioenstelsel, toe om de pensioenen in 2025 met 1,84% te indexeren. Per 1 januari 2026 betrof de indexatie 2,84%.

16. Afschrijvingen materiële vaste activa

  2025 2024
  x € 1.000 x € 1.000
     
Bedrijfsgebouwen en -terreinen 2.073  1.970 
Installaties productie 3.391  3.224 
Distributieleidingen en installaties 9.284  7.763 
Overige duurzame activa 896  783 
Boekresultaat desinvesteringen activa - 270 
Amortisatie bijdragen van derden (2.856) (2.586)
  12.788  11.424 

Voor een deel van investeringen in met name hoofd- en aansluitleidingen zijn bijdragen van derden ontvangen. Deze bijdragen zijn gepassiveerd en worden geamortiseerd over de afschrijvingsduur van de gerelateerde activa. De geamortiseerde bijdragen zijn in mindering gebracht op de afschrijvingslasten.

Overige bedrijfskosten

17. Belastingen, heffingen en verzekeringen

  2025 2024
  x € 1.000 x € 1.000
     
Grondwaterbelasting 519  516 
Overige belasting, heffingen en verzekeringen 723  684 
  1.242  1.200 

18. Overige bedrijfskosten

  2025 2024
  x € 1.000 x € 1.000
     
Kosten facilitaire dienstverlening 1.733  1.759 
Vervoer en wagenparkbeheer 817  703 
Kantoormiddelen 140  101 
Contributies 31  20 
Bijdragen samenwerkingsverbanden 2.087  2.098 
Diverse kosten, inclusief dotatie voorzieningen 1.000  1.699 
  5.808  6.380 

Accountantshonoraria

De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant en de accountantsorganisatie en
het gehele netwerk waartoe deze accountantsorganisatie behoort, zijn als volgt:

  2025 2024
  x € 1.000 x € 1.000
     
Controle jaarrekening 205  140 
Andere niet-controlediensten - -
Totaal 205  140 

Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening is gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2025 ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende 2025 zijn verricht.

19. Belastingen

De effectieve belastingdruk bedraagt 3,1% (2024: 5,3%) . De afwijking van het nominale tarief van vennootschapsbelasting wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat N.V. Waterbedrijf Groningen alleen vennootschapsbelasting moet afdragen over het resultaat van niet-drinkwateractiviteiten. In 2025 is het resultaat met name gestegen op drinkwateractiviteiten waardoor de belastingdruk is gedaald. Daarnaast wijkt de effectieve belastingdruk af doordat een aantal posten in de jaarrekening fiscaal anders gewaardeerd zijn, waarvoor belastinglatenties zijn gevormd.

20. Resultaat deelnemingen

  2025 2024
  x € 1.000 x € 1.000
     
Aandeel resultaat North Water B.V. 900  1.435 
Aandeel resultaat WarmteStad B.V. 3.168  (4.084)
Aandeel resultaat Waterlaboratorium Noord B.V. 161  160 
  4.229  (2.489)

Het resultaat deelneming North Water B.V. bestaat uit het aandeel in de winst van 50% van North Water B.V. ter grootte van € 573 (2024: € 1.108) en de vrijval van € 327 in 2025 (2024: € 327) van de ongerealiseerde winst op de verkoop van de industriewateractiviteiten aan SamenWater B.V.
Het resultaat deelneming WarmteStad B.V. in 2025 bestaat uit een negatief resultaat van WarmteStad voor het boekjaar 2025 tot het moment van de overdracht van aandelen op 28 oktober 2025 van € 3.908 en de boekwinst op de verkoop van de aandelen WarmteStad van €7.074.

Beloning topfunctionarissen

Op Waterbedrijf Groningen is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van toepassing. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op N.V. Waterbedrijf Groningen van toepassing zijnde regelgeving:
- Wet normering topinkomens;
- Uitvoeringsbesluit WNT (inclusief de normering voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking);
- Uitvoeringsregeling WNT;
- Controleprotocol WNT (voor verantwoordingen over 2025);
- Beleidsregels WNT 2025.

Het bezoldigingsmaximum in 2025 voor N.V. Waterbedrijf Groningen is € 246.000. Dit geldt naar rato en/of omvang van het dienstverband. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt voor de eerste 12 kalendermaanden een afwijkende normering, zowel voor de duur van de opdracht als voor het uurtarief.

  R.A.M. Zwart W.J. den Hertog H. Beerda T.H. Haseloop-Amsing M.T. Gijsbertsen P.F. Hu-Knot N.D. Smit L.A.M. Kompier G.J.W. Euverink T. Dantuma
Functiegegevens Directeur Directeur a.i. Voorzitter RvC Lid RvC Lid RvC Lid RvC Lid RvC Lid RvC Lid RvC Lid RvC
                     
Aanvang en einde functievervulling in 2025 1/1 - 30/11 1/12 - 31/12 1/1 - 31/12 n.v.t. 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 30/06 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/7 - 31/12
Omvang dienstverband (in fte) 0,997 1 - - - - - - - -
(Fictieve) dienstbetrekking? ja ja nee nee nee nee nee nee nee nee
                     
Bezoldiging                    
Individueel WNT-maximum 224.432 20.893 36.900 n.v.t. 24.600 24.600 12.300 24.600 24.600 12.300
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 210.496 16.452 14.805 - 11.161 11.161 5.581 11.161 11.161 5.581
Beloningen betaalbaar op termijn 21.941 1.966 - - - - - - - -
-/- Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedrag - - - - - - - - - -
                     
Totale bezoldiging 2025 232.437 18.418 14.805 - 11.161 11.161 5.581 11.161 11.161 5.581
                     
Het bedrag van overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan 8.005 / zie toelichting - - - - - - - - -
                     
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
                     
Gegevens 2024                    
                     
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 - 31/12 n.v.t. 1/1 - 4/7 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 n.v.t. 1/7 - 31/12 n.v.t.
Omvang dienstverband (in fte) 1 - - - - - - - - -
Dienstbetrekking? ja n.v.t. nee nee nee nee nee nee nee nee
                     
Individueel toepasbaar bezoldigingsmaximum 233.000 n.v.t. 34.950 11.650 23.300 23.300 23.300 11.650 23.300 n.v.t.
                     
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 209.013 - 13.000 4.900 9.800 9.800 9.800 4.900 9.800 -
Beloningen betaalbaar op termijn 23.861 - - - - - - - - -
                     
Totale bezoldiging 2024 232.694 - 13.000 4.900 9.800 9.800 9.800 4.900 9.800 -

Anticumulatietoets

Anticumulatietoets De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionarissen met een dienstbetrekking hebben geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instellingen als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2018).

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking

In 2025 is geen sprake geweest van uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking.

Optische overschrijding

Directeur R.A.M. Zwart heeft in 2025 haar baan als directeur-bestuurder opgezegd; haar dienstverband liep tot en met 30 november 2025. Het vakantiegeld werd jaarlijks in mei uitgekeerd. De maandelijkse reserveringen voor vakantiegeld werden tevens in de voorliggende jaren maandelijks gereserveerd. Doordat in 2025 zowel de jaarlijkse uitkering én de uitbetaling van het gereserveerde vakantiegeld plaatsvond, is er in 2025 sprake van een optische overschrijding van het WNT-maximum ten bedrage van € 8.005. Er is vastgesteld bij herrekening van het vakantiegeld naar de voorgaande jaren er geen sprake was overschrijdingen van de WNT-maxima.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.